Naar de inhoud
RetatrutideOnderzoek
Naslag

Begrippenlijst bij retatrutide-onderzoek

Vaktermen uit receptorfarmacologie en klinisch onderzoek, kort en duidelijk uitgelegd.

Alleen voor onderzoek. Deze website is uitsluitend informatief en beschrijft retatrutide als onderzoeksverbinding voor laboratoriumgebruik. Retatrutide is door geen enkele geneesmiddelenautoriteit goedgekeurd en is geen product voor menselijke of dierlijke toepassing. De informatie hier is geen medisch advies.

Begrippen van A tot Z

In publicaties over retatrutide en andere incretine-analogen komen veel vaktermen voor. Deze lijst helpt bij het lezen van de literatuur.

Termen als HPLC en massaspectrometrie kom je ook tegen in productspecificaties, bijvoorbeeld bij LY3437943 als laboratoriumreagens van PeptidesX10.

Agonist
Een stof die aan een receptor bindt en die receptor activeert, zoals het natuurlijke hormoon dat ook doet.
Drievoudige agonist (triple agonist)
Een molecuul dat drie verschillende receptoren activeert. Bij retatrutide zijn dat de GIP-, GLP-1- en glucagonreceptor.
Incretine
Darmhormoon dat na voedselinname vrijkomt en de glucoseafhankelijke insulineafgifte versterkt. GLP-1 en GIP zijn de twee bekendste incretines.
GPCR
G-eiwitgekoppelde receptor: een grote familie membraanreceptoren die signalen doorgeven via G-eiwitten. De doelwitten van retatrutide horen bij klasse B.
cAMP
Cyclisch adenosinemonofosfaat, een boodschappermolecuul in de cel. De hoeveelheid cAMP wordt vaak gemeten om receptoractivatie in vitro te kwantificeren.
EC50
De concentratie waarbij een stof de helft van haar maximale effect bereikt. Een lagere EC50 betekent een hogere potentie.
Potentie
Maat voor hoeveel stof nodig is voor een bepaald effect. Niet te verwarren met werkzaamheid (efficacy), het maximale effect dat bereikt kan worden.
Halfwaardetijd
De tijd waarin de concentratie van een stof in het bloed tot de helft is gedaald.
DPP-4
Dipeptidylpeptidase-4, een enzym dat natuurlijke incretines snel afbreekt. Synthetische analogen zijn vaak zo aangepast dat ze hiertegen bestand zijn.
Aib
α-Aminoisoboterzuur, een niet-natuurlijk aminozuur dat in peptideketens wordt ingebouwd om afbraak door enzymen te verminderen.
Lipidatie
Het koppelen van een vetzuurketen aan een peptide, waardoor het aan albumine bindt en langer in de circulatie blijft.
HPLC
Hogedrukvloeistofchromatografie, een analysetechniek om de zuiverheid van een peptide te bepalen.
Massaspectrometrie
Techniek die de molecuulmassa meet en zo de identiteit van een verbinding bevestigt.
Gevriesdroogd (lyofiel)
Materiaal waaruit water onder lage druk en temperatuur is verwijderd, zodat het stabieler is tijdens opslag en transport.
Fase-1-, fase-2- en fase-3-onderzoek
Opeenvolgende stappen in klinisch onderzoek: eerst veiligheid en farmacokinetiek bij kleine groepen, daarna verkenning van dosis en effect, en ten slotte grote bevestigende studies.
MRI-PDFF
Een MRI-techniek die het percentage vet in de lever meet; gebruikt als eindpunt in leveronderzoek.